Totaal aantal pageviews

zaterdag 23 oktober 2010

Naar de dayaks





Hier zijn we weer beste lezers. Voor waarschijnlijk de meesten van jullie zijn het blinde vlekken, maar we trekken door de desa: Kotawaringi Lama, Bekonsu en Tapin Bini. Met een bootje naar de Dayaks. Het vervoer is onzeker, het vraagt veel rondvragen en nog meer geduld. De hele tocht leidt ons door de dichte jungle. Meestal over een brede rivier, maar we schieten ook door sterk meanderende aftakkingen van nog geen vijf meter breed, als een kronkelende groene tunnel. Onderweg zien we een grote otter op een zandstrandje huppelen. In een boot zit een groot hert, met de 4 poten aan elkaar gebonden en af en toe schreeuwend van angst. Ze is gevangen om opgegeten te worden. Soms voorzichtig manoeuvreren langs omgevallen bomen.

In Kotawaringi bekijken we een oud houten paleis. Het paleis is aan verval onderhevig, met mooie details en is nog steeds indrukwekkend. Een hoofdgebouw en twee bijgebouwen op een heel groot terrein. Allemaal van ironwood gebouwd, dus de tand des tijds toch redelijk doorstaan. In het dorp is ook een houten moskee en een longhouse te zien.

Het lijkt lastig om verder te komen, maar na een uurtje vinden we een man die ons naar Bekonsu en Tapin Bini wil brengen. Bekonsu is een schitterend authentiek dayak-dorp met oude huisjes, rijstschuurtjes. Een dayak-jongeman met lang haar en de bijbehorende traditionele tatoeages, wast zich aan de oever. Hij brengt ons bij de dorpsoudste. Wij slapen die nacht samen met onze bootsmannen bij een familie in een longhouse. We zijn ook weer vroeg op want een superhaan kraait, samen met tientallen anderen, vanaf 4 uur onder ons bed. Het longhouse staat op hoge palen, en je klimt er met een vanuit een boomstam gehakte ladder in. Verder zijn er in het dorp mausoleums, waar grootouders opgebaard liggen. Ze worden begraven als de ceremonie kan plaatsvinden. Waar dat van afhankelijk is, wordt ons niet helemaal duidelijk, maar er moeten voldoende deelnemers zijn. Opvallend is dat op de tombes de geboorte- en sterfdatum staat vermeld. Bijvoorbeeld geboren 1833 en overleden op 1998. Dat lijkt onmogelijk oud, maar de bewoners beweren dat de mensen hier echt heel oud worden. Dat is iets om uit zoeken, hoe zit dat nu echt!

We krijgen ook een ontvangstceremonie. Een paar uur durend ritueel, met bij iedere tussenstap een beker palmwijn en daarna vanuit een koehoorn rijstwijn. Veel en zeer sterk spul! De dorpsoudste heet ons welkom namens de 800 bewoners van de desa. We zeggen dat we vereerd zijn hier te zijn. We worden traditioneel gekleed en nadat we helemaal gezegend zijn met allerlei mysterieuze gebaren , spreuken en aanrakingen, gaan we slapen.

Tapin Bini is het eindstation. De rivier wordt steeds wilder. Het vervolg is een gebied met veel rotsen en stroomversnellingen.

Ook Tapin Bini heeft prachtige longhouses. Zeker zo´n 5 tot 6 meter hoog op palen en de meeste nog in gebruik. De mensen hebben af en toe een gibbon of makaak als huisdier voor hun huis. We zoeken ook een overnachtingsmogelijkheid. Een hoogbejaarde man en vrouw zijn bereid ons in hun huis op te nemen - het zijn hele lieve mensen. Het is er zeer eenvoudig en schitterend, met kamers met een open binnenplaats. Een open vuur als kookgelegenheid. De badkamer en het toilet zijn aan de andere kant van de binnenplaats en hebben geen dak. Als het regent, wassen we ons in het donker buiten bij een olielampje in de regen. Ook nog eens onder de begroeiing van de jungle.
Tussendoor worden we nog aangesproken door een politieagent. Er worden serieuze vragen gesteld over wat we hier doen, waar we vandaan komen en waar we naar toegaan. Heel vriendelijk, maar toch indringend. We moeten ons paspoort laten zien en een vergunning dat we hier mogen komen. Het paspoort moeten we halen, en een vergunning hebben we niet. Wel voor een ander gebied, we houden ons maar van de domme. We bieden aan later terug te komen.

We wandelen wat rond en horen ook dat de minibus morgen niet vertrekt vanwege overstromingen. Dat wordt een probleem, want we moeten morgen wel verder om ons vliegtuig naar Semarang (Java) te halen.

Het is inmiddels donker en we gaan weer naar het politiebureau. Ze bestuderen de paspoorten en de vergunning. Er moest ook een kopie gemaakt worden en dat kon alleen na 18.00 uur, want dan is er stroom. Het zijn agenten vanuit Java en zijn redelijk tot zeer depressed om hier in de jungle te zitten. Ze zijn hier niet echt uit vrije wil en dayak agenten zijn er bijna niet. Wij vinden het hier moot, maar voor hen gebeurt er zelden iets. Totdat wij kwamen dus...Na wat rondvragen komen we een man tegen die ons wel met de boot naar een grote nederzetting terug wil brengen, om van daaruit met de auto naar de stad te gaan. Dat klinkt goed en als een meevaller. Hopen dat het echt lukt.

De agenten bestuderen nog steeds onze papieren. Ze lijken tevreden met de vergunning voor het andere gebied. We wachten en wachten met veel small talk, dan krijgen we een nieuwe vergunning. We ondertekenen deze papieren en gaan weer verder de donkere avond in. Af en toe regent het. We gaan terug naar onze lieve gastgrootouders.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten