Totaal aantal pageviews

dinsdag 2 november 2010

English conversation in Negara (Kalimantan)




Na het ontbijt ga ik achter op de brommer naar de school, genaamd Pondok Pesantrien Darul Amin in de Teluk Labak Street. Jana blijft bij de vrouw des huizes, die ons zo goed onderdak geeft. Het is een islamitische school. Deze is ook weer op palen en volledig van hout gebouwd. De verschillende gebouwen zijn met vlonders aan elkaar verbonden. De gebouwen zijn wit met blauw geschilderd en zien er pittoresk uit. Ik maak kennis met een groepje leerlingen en het plan is om een conversatieles te houden. De jongens en meisjes zijn in de leeftijd van ongeveer 13 jaar en ouder. Ze hebben van 7.00 tot 14.00 uur les, daarna rusten ze en hebben later sport. ´s Avonds herhalen ze studerend de dag, ze werken dus niet vooruit. Ze slapen in de bijgebouwen en mogen op vrijdag voor een paar uurtjes naar huis. De school heeft ongeveer 40 meisjes en 80 jongens als leerling.

Dit is ons laatste berichtje. Over een uurtje vertrekken we naar het vliegveld....en nemen de vlucht naar huis.

Aan de ingang van de school, het eerste gebouw, is een houten moskee. Na een korte rondleiding gaan we naar de moskee. Daar zitten we op de grond. De meisjes links en de jongens rechts, van elkaar gescheiden door een hoog tussenschot. Een jongen zet de geluidsinstallatie aan en er worden twee microfoons bij gehaald. De leraar doet nog een oproep om naar de moskee te komen. Dat is goed voor hun Engelse taalontwikkeling. Nadat ik mij kort heb voorgesteld, durft een jongen een paar vragen te stellen, schoorvoetend volgen de anderen. De vragen gaan over mij en ons leven in Belanda (Nederland). Waar is Nederland van bekend? Ik houd het bij de clichés: bloemen, windmolens en natuurlijk schilderkunst. Een jongen doet erg zijn best, maar gebruikt een enkel Indonesisch woord en wordt door de groep gecorrigeerd. We praten ook over woorden die in het Indonesisch en Nederlands hetzelfde zijn: zoals knalpot, asbak, meubel etc. Maar ook over woorden die we in Nederland kennen, zoals senang.

Ook de meisjes stellen vragen, over ons gezin, maar ook voor welk dier ik bang ben. Ik zeg dat ik slangen niet leuk vind. Zij vraagt waarom. Het gaat mij er om dat ze giftig kunnen zijn. Zij vindt katten eng, omdat ze soms hun nagels gebruiken en wild kunnen zijn. Een andere jongen vraagt of ik van gedroogde vis houd. Ik zeg van wel, vooral de hele kleine gezouten met pinda´s. Hij biedt ze aan, maar schrikt ook, want hij heeft geen geld. De rest reageert verontwaardigd dat hij het aanbiedt, maar dan eigenlijk om geld vraagt – hoe kun je dat nou doen! En een ander: was ik bedroefd na de finalewedstrijd tegen Spanje? Een uurtje, daarna ben ik het vergeten. En volgens de jongens is Arjan Robben de beste voetballer. Een jongen vraagt mij om een handtekening, het is niet die van Robben – maar toch. De microfoon wordt meestal toch snel, verlegen doorgeschoven, maar steeds meer leerlingen durven het aan. Twee jongens durven het meest, en ook een meisje spreekt heel goed engels. Een paar keer herhaalt zij de vraag nog een keer van een ander meisje omdat het soms toch wel moeilijk te verstaan is.

Alles is via de luidspreker over de hele campus te horen. Daarna gaat iedereen met mij op de foto. Ha, die handige mobieltjes, waar je ook mee kunt bellen. Tijdens onze bezoek in het binnenland merken we dat mensen ons soms even willen aanraken, voelen. Maar nog vaker maken ze stiekem een foto met hun mobieltje, als bewijs dat ze een blanke gezien hebben. En heel soms willen ze samen op de foto, gewoon voor thuis.
De meisjes twijfelen even, maar willen wel heel graag – als groep dan toch maar snel. De jongens ook als groep, maar dan een voor een en een stevige omarming. Ten slotte nog een paar jongens met z´n drieën of vieren – als beste vrienden, voor later. We nemen afscheid. De leraar vond het een groot succes, zo´n kans hebben ze eigenlijk nooit. Het is voor de leerlingen en voor mij een leuke ervaring.

maandag 1 november 2010

Natuurgeweld en natuurschoon


Hi allemaal, hier zijn we weer.....nu in Pangandaran, aan de zuidkust van Java.

In 2006 is hier een tsunami geweest en heeft heel wat schade toegebracht: veel mensenlevens, materiële en immateriële schade. Velen vertellen over de impact. Mensen zijn nog steeds onder de indruk van het geweld en de kracht van het water. Een jongen vertelde dat er een gat in de muur als erfafscheiding was geslagen door het meegevoerde bamboe en hout. Het water stond 2,5 meter hoog. Toen hij hier aankwam, dreven de doden in de straten. Als we vertellen dat we vanaf de oostkust van het dorp gaan vissen, waarschuwt hij uit te kijken voor mogelijke vloedgolven. De angst zit er nog goed in.
Een andere jongen was aan het surfen toen hij de hoge golf zag aankomen. Hij waarschuwde de mensen op het strand en werd zelf geraakt door hout, men had nog ongeveer 10 minuten om weg te komen. Gelukkig heeft hij geen blijvend zwaar letsel opgelopen. Hij is blij dat hij niet alleen aan zichzelf heeft gedacht, maar ook anderen heeft kunnen helpen.

Het gebeurde rond 15.30 uur op een maandag. Dat betekende dat veel weekend bezoekers al vertrokken waren. Voordeel was ook dat de mensen niet sliepen in hun huizen en hutjes. Dat was bij de recente mentawai tsunami wel het geval. Anders waren er zeker over de 1.000 doden meer gevallen. Hij heeft een trauma opgelopen en hiervoor hulp gevonden. Hij surft weer, maar blijft waakzaam en angstig voor vloedgolven. Vertrouwen in het waarschuwingssysteem heeft niemand die wij gesproken hebben. Ze hebben sterk het idee dat het systeem niet werkt, wel heeft de overheid vluchtroutes bewegwijzerd. De jongeman laat ook foto´s zien en de gevolgen zijn zeer groot. Algehele chaos: vernielde gebouwen, overal puin, hout, bamboe, auto´s boven op elkaar, boten in huizen etc. De mensen zijn er nog steeds vol van. Ondert andere het geld uit Nederland heeft de geholpen voor de wederopbouw. Het leger heeft de puin, het zand en de bagger weggehaald. Opvallend is dat veel sporen al gewist zijn door de herbouw, er staan ook nog een paar verwoeste gebouwen.

We huren drie dagen een bromfiets en rijden langs de kust. De vissers zijn met met netten vanaf het strand aan het vissen. Aan honderdtal meters lange touwen hebben ze de netten uitgelegd. Bij het binnenhalen zijn de netten leeg. We willen ook vissen, maar de branding is te sterk en kunnen niet ver genoeg inwerpen.

Op de gammele bamboepiertjes in het stadje wordt ook gevist. Ik kreeg garnalen en tips van andere vissers, maar niemand ving wat. Toen nog een plekje gezocht in het natuurpark, maar daar was de zee te onrustig en te ondiep. Het park was al gesloten, maar ik kon toch naar binnen. Bij de ingang hingen langstaart makaken rond, maken kabaal en vechten wat. In kleine baaitjes met witte zandstrandjes drijven grote aantallen blauwe vissersboten. Enkele honderden meters uit de kust liggen bamboeplateaus met de hutjes, waar de vissers op het water wonen.

Als de avond valt, zie ik op de terugweg tussen de bomen en het donker een volwassen hert met een groot gewei. Er vliegen ook twee hornbills over. De volgende avond gaan we weer kijken. Dan staat een mannetjes hert aan de rand van het park, vlakbij de hutjes en eet groente- en fruitafval. Ook de makaken zijn weer van de partij en maken veel kabaal. In de bomen zoeken een groep zwarte langstaart apen naar jonge blaadjes in de bomen en misschien naar een slaapplaats. Deze apen komen nooit op de grond. Dan zien we bij de rangerspost een jonge ree staat. Ze is zo´n 25 cm hoog en heeft een donzen vacht en is heel vertederend. Het diertje is acht dagen oud en verlaten door haar moeder, die weer van honden geschrokken is. Het jong is alleen achtergebleven. Nu geven de rangers haar melk en injecteren dat in haar mond. Het jonge dier maakt steeds bewegingen bij de ranger dat ze wil drinken, maar ze heeft net gehad. Als ze oud genoeg is, zal ze weer vrijgelaten worden. Nu slaapt ze in een kooi met gras en stro. Ze slaapt in de kooi omdat anders de makaken haar zullen pakken en doden. De ranger vertelt graag over haar en de andere dieren in het park.

Wel dat was het voor dit gebied. Tegen de avond gaan we nog een keer het natuurpark bezoeken. En op de vismarkt gaan we weer eten. Gisteren hebben we daar een heerlijke krab en een red snapper gegeten...eigenlijk te veel, maar onovertroffen lekker.

Morgen nog een afsluitend verslagje over Negara (Kalimantan), het gebied van de waterkarbouwen.

donderdag 28 oktober 2010

Yogya





Hallo beste lezers, hier een verslagje van onze belevenissen vandaag....

Yogyakarta heeft nog mooie oude wijkjes. Het is een lust om daar te wandelen. Autovrij, kleine huisjes met vogelkooitjes die aan de veranda hangen en mooi onderhouden tuintjes. Sommige bewoners kweken zelfs de mooiste orchideeën op het oude hout in hun tuin. De huisjes zijn vaak wit gekleurd met licht groene deuren en ramen. De mensen groeten en je bent van harte welkom. Bovenal: geen toerist te zien. De wijkjes liggen vooral rond of in Kraton – het zijn verborgen pareltjes.

Kraton is de wijk waar de sultan zetelde. In de wijk wonen nog zo´n 25.000 mensen. De sultan was de heerser van Yogya en omgeving. In kraton ligt zijn ruime paleis. Binnen het paleis is de weelde van voorheen nog zichtbaar. Mooie ornamenten aan de daken van de gebouwen, gekleurde en bewerkte teakhouten pilaren van de grote overdekte plaatsen. Veel van de ramen zijn voorzien van gebrand glas, naar Hollandse stijl. Het paleis is een van de fijnste voorbeelden van de Javaanse architectuur.

Enkele dames houden een theeceremonie. Ze wandelen in processie met een parasol voor de theedraagster naar een gebouw en gaan een donker kamertje in. Daar praten ze en drinken ze thee. Het is deels afgesloten, je kunt alleen maar naar binnen gluren, dus de ceremonie is niet te volgen. Als ze klaar zijn komt de processie van ongeveer 8 dames weer naar buiten, naar hun eigen verblijf. Als toezichthouder en voor het onderhoud kom je overal oudere, waardige mannen in traditionele kledij tegen. Ze hebben veelal een kris op de rug. Het zijn de echte Javanen, zoals je die wilt zien. Ze verblijven in de bijgebouwtjes van het paleis, die niet voor het publiek toegankelijk zijn.

Op de ruime, overdekte ontvangsthal, Bangsal Kencana (Gouden Paviljoen) zingt een groepje vrouwen en heeft een orkest als muzikale begeleiding. Ook dat draagt bij van de sfeer van weleer.

In de wijk praten we met een dierenwinkelier. Hij heeft vooral vissen en is een echte liefhebber. Hij vist ook graag. Hoewel wij dat er niet aan af zien, is 1 vissoort extreem duur. Het is een roofvis uit Kalimantan. Hij is erg enthousiast als we vertellen dat we daar ook gevist hebben. In een bakje zwemt een enorme waterschildpad met een bek die je vingers er van af kunnen bijten. Hier dichtbij was de vogeltjesmarkt, maar de man vertelt ons dat die in 2006 vernietigd door een aardbeving is. Ze zijn de markt nu aan het opbouwen en lijkt bijna klaar. We willen wel naar de vogeltjesmarkt en hij legt uit waar het is. De tijdelijke markt ligt ongeveer 3 kilometer verder.

De vogeltjesmarkt is, zoals verwacht, weer heel bijzonder. De locatie is mooi, een soort park. Er zijn ontelbaar verschillende soorten wilde vogels. Ze hebben de mooiste hanen, echt heel bijzondere rassen. We zagen een kippensoort, zo groot als een vuist, diverse soorten sierduiven en zangvogels.
Een keer per week (morgen) is er een zangvogelwedstrijd, het strijdtoneel staat al klaar met standaarden voor de kooitjes en wedstrijdnummers. De scheids moet dan beslissen wie het mooiste zingt.

Er waren daarnaast kattenrassen, honden en konijnen. Uiteraard ook de inheemse diersoorten, zoals grondeekhoorns, bijzondere soorten muizen, vleermuizen, vliegende vossen. Maar ook sierlijke uiltjes, bergmarmotten, een enorme, meterslange boa constrictor, een soort marterachtige. Als klap op de vuurpijl twee wilde katten. Ze waren nog jong en waarschijnlijk recent gevangen, want je hoefde maar in de buurt te komen en ze bliezen en vielen enorm fel aan. Ze waren zeer agressief, en zeker niet als huisdier te houden.

In de ochtend hebben we de Pasar Beringharjo – de hoofdmarkt – bezocht. Daar verkopen ze batik stoffen en kleding, maar wij hebben vooral gekeken naar de kruiden en traditionele geneesmiddelen. Aardig om te zien dat ze nog steeds het wordt mahpijn (maagpijn) en ambeien gebruiken. De geneesmiddelen bestaan uit bladeren, stukjes in de zon gedroogd hout en kruiden. Meestal moet je er een thee van trekken en dan bij herhaling drinken. Goed tegen vele kwalen.

Benteng Vredeburg is een museum dat bestaat uit een fort. De architectuur is mooi om te zien. De koloniale gebouwen in wit, met grijze deuren, ramen en luiken zijn de moeite waard. Het museum geeft de ontwikkeling van de onafhankelijkheidsbeweging weer. Van de Hollanders zie je weinig tot niets, wel van de misdaden van de Japanners. In ieder gebouw is een expositie van historische taferelen. Overal klinkt vrijheidsstrijders muziek of patriottische liederen. Het is een museum voor vaderlandse trouw.

dinsdag 26 oktober 2010

Tofu bij Borobudur




Hi allemaal, vanmorgen zijn we vertrokken in een grote stofwolk van vulkanisch as. Er was bijna geen zicht meer door het opwaaien van al die hele fijne stofdeeltjes. We hadden geen mondkapjes, en hopen maar dat het niet al te giftig is geweest.Op de foto hierboven kun je de as zien die op de tempel is neergeslagen....

Dan toch nog maar een verslagje van gisteren.....
Het lukt ons om een scootertje te huren. Hiermee verkennen we de omgeving en ontdekken de mooie traditionele dorpjes in de omgeving. Er wordt veel meer rijst verbouwd op de omliggende veldjes. En ieder dorp heeft zijn eigen specialiteit.

Als we in het midden van een dorp een boer zijn koeien op stal zien voeren, stoppen we even. Maken een praatje en bekijken zijn prachtige runderen. Hij heeft ook een stuk 12 geiten. Ook in een stal en in aparte hokken, een meter boven de grond, een dak boven het hoofd en voerbakken. De geiten worden daarna gevoerd. Ook dit zijn prachtige dieren. Zo´n geit kost ongeveer 500 euro.
Maar we zijn al een tijdje op zoek naar de tofu-fabriekjes, en kunnen ze niet vinden. We vragen de man over tofu. Hoewel hij geen engels spreekt, reageert hij enthousiast: Ja, dit is het dorp van de tofu. Dan komt er nog een andere man en inmiddels zijn ook de kinderen van de familie aangesloten. De andere man geeft aan dat we mee moeten komen. En achter zijn huis staan weer 5 koeien, prachtige dieren. Daar weer voorbij is een schuur die bijna op instorten staat. Het is er aardedonker en je kunt er net staan. Onze ogen moeten eerst aan het donker wennen. In het midden zit een vrouw, die met een grote pan op het veer de tofu kookt. De oven ligt in de grond en is van klei gemaakt en brandt op de koeienmest. Er staan stapels onbewerkte rauwe, witte plakken tofu van ongeveer 50 x 40 cm. Een stukje verder liggen gesneden witte stukken van ongeveer 3 cm lang. Als ze de stukken na het koken apart legt, zijn ze geel geworden en hebben een stevig buitenkant. Er staan tientallen emmers met gekookte tofu. De boer geeft ons steeds verse plakken tofu en iedere keer zegt hij: vitaminen. We eten uit beleefdheid door en geven ook aan dat we onze handen nog vol hebben, maar hij blijft aandringen. We houden er niet zo van, smaakloos en sponzig. Als je de hygiënische omstandigheden ziet, wordt het ook wat minder. De tofu wordt van sojabonen gemaakt en de restanten van de planten voeren ze aan het vee. Het vee is weer bedoeld voor de slacht. Het bedrijfje gebruikt en hergebruikt alle middelen voor het maken van tofu – een soort recycling, niets gaat verloren.

In andere dorpjes maken ze potten, sigaretten (kretek) en noodles.

Vulkaanuitbarsting

Hebben wij weer....een heuse vulkaanuitbarsting. Als we in de donkere avond buiten komen, regent het en ruikt het vreemd. Al snel zien we dat het geen gewone regen is, maar asregen. Een viezige, muffige regen die melkachtig wit is. Na een tijdje ligt er een vuile laag as. De planten, het gras en al het andere is bedekt met een dun laagje grijze drap. Het knarst onder onze schoenen. Na een uurtje is het droog, dus het lijkt mee te vallen. De vulkaan is hier zo'n 50 kilometer vandaan, dus best dichtbij. Een jongen van het hptel heeft zijn vrouw gebeld, want zijn dorp is daar in de buurt. Zijn gezin is veilig en net buiten de geevacueerde 10 kilometerzone. Ook voor Borobudur valt het mee, de asregen waait vooral de andere kant van de vulkaan. Dus beste mensen, ondanks dat het redelijk dichtbij is, is er hier geen enkel gevaar......dus geen zorgen om ons.

maandag 25 oktober 2010

Borobudur



Ja beste mensen, we zijn in een supersnelle tijd in Borobudur aangekomen. Gewoon vanuit Kalimantan met openbaar vervoer en uitstekende aansluitingen tussen de busjes. Met een slimme routeplanning en goed rondvragen is het gelukt. Eerst een stukje naar Java met een vliegtuigje, dat dan wel.

Nu in een luxe resort op het tempelcomplex zelf! Vanuit onze bungalow kijken we naar de tempel. En we zien onderweg nu dat Java toch wel anders is dan Kalimantan - een andere wereld.

Tegen de avond maken we in de tempel kennis met een Lama uit Tibet, die speciaal naar hier gekomen is om te mediteren. Zijn begeleider fluisterde ons in dat hij een ´major figure´ is. Hij vertelde veel over de geschiedenis van Borobodur en het boeddhisme.

Ook de omgeving is heel mooi. Rijstvelden en dorpjes met ieder hun eigen specialiteit, zoals het maken van potten, tofu, suiker uit kokosnoten en mie. Niet toeristisch en nog het oude Java. We bekijken het vanaf een gehuurd scootertje.

Groeten aan iedereen vanuit het groene Java en van de voet van de tempel.

zaterdag 23 oktober 2010

Naar de dayaks





Hier zijn we weer beste lezers. Voor waarschijnlijk de meesten van jullie zijn het blinde vlekken, maar we trekken door de desa: Kotawaringi Lama, Bekonsu en Tapin Bini. Met een bootje naar de Dayaks. Het vervoer is onzeker, het vraagt veel rondvragen en nog meer geduld. De hele tocht leidt ons door de dichte jungle. Meestal over een brede rivier, maar we schieten ook door sterk meanderende aftakkingen van nog geen vijf meter breed, als een kronkelende groene tunnel. Onderweg zien we een grote otter op een zandstrandje huppelen. In een boot zit een groot hert, met de 4 poten aan elkaar gebonden en af en toe schreeuwend van angst. Ze is gevangen om opgegeten te worden. Soms voorzichtig manoeuvreren langs omgevallen bomen.

In Kotawaringi bekijken we een oud houten paleis. Het paleis is aan verval onderhevig, met mooie details en is nog steeds indrukwekkend. Een hoofdgebouw en twee bijgebouwen op een heel groot terrein. Allemaal van ironwood gebouwd, dus de tand des tijds toch redelijk doorstaan. In het dorp is ook een houten moskee en een longhouse te zien.

Het lijkt lastig om verder te komen, maar na een uurtje vinden we een man die ons naar Bekonsu en Tapin Bini wil brengen. Bekonsu is een schitterend authentiek dayak-dorp met oude huisjes, rijstschuurtjes. Een dayak-jongeman met lang haar en de bijbehorende traditionele tatoeages, wast zich aan de oever. Hij brengt ons bij de dorpsoudste. Wij slapen die nacht samen met onze bootsmannen bij een familie in een longhouse. We zijn ook weer vroeg op want een superhaan kraait, samen met tientallen anderen, vanaf 4 uur onder ons bed. Het longhouse staat op hoge palen, en je klimt er met een vanuit een boomstam gehakte ladder in. Verder zijn er in het dorp mausoleums, waar grootouders opgebaard liggen. Ze worden begraven als de ceremonie kan plaatsvinden. Waar dat van afhankelijk is, wordt ons niet helemaal duidelijk, maar er moeten voldoende deelnemers zijn. Opvallend is dat op de tombes de geboorte- en sterfdatum staat vermeld. Bijvoorbeeld geboren 1833 en overleden op 1998. Dat lijkt onmogelijk oud, maar de bewoners beweren dat de mensen hier echt heel oud worden. Dat is iets om uit zoeken, hoe zit dat nu echt!

We krijgen ook een ontvangstceremonie. Een paar uur durend ritueel, met bij iedere tussenstap een beker palmwijn en daarna vanuit een koehoorn rijstwijn. Veel en zeer sterk spul! De dorpsoudste heet ons welkom namens de 800 bewoners van de desa. We zeggen dat we vereerd zijn hier te zijn. We worden traditioneel gekleed en nadat we helemaal gezegend zijn met allerlei mysterieuze gebaren , spreuken en aanrakingen, gaan we slapen.

Tapin Bini is het eindstation. De rivier wordt steeds wilder. Het vervolg is een gebied met veel rotsen en stroomversnellingen.

Ook Tapin Bini heeft prachtige longhouses. Zeker zo´n 5 tot 6 meter hoog op palen en de meeste nog in gebruik. De mensen hebben af en toe een gibbon of makaak als huisdier voor hun huis. We zoeken ook een overnachtingsmogelijkheid. Een hoogbejaarde man en vrouw zijn bereid ons in hun huis op te nemen - het zijn hele lieve mensen. Het is er zeer eenvoudig en schitterend, met kamers met een open binnenplaats. Een open vuur als kookgelegenheid. De badkamer en het toilet zijn aan de andere kant van de binnenplaats en hebben geen dak. Als het regent, wassen we ons in het donker buiten bij een olielampje in de regen. Ook nog eens onder de begroeiing van de jungle.
Tussendoor worden we nog aangesproken door een politieagent. Er worden serieuze vragen gesteld over wat we hier doen, waar we vandaan komen en waar we naar toegaan. Heel vriendelijk, maar toch indringend. We moeten ons paspoort laten zien en een vergunning dat we hier mogen komen. Het paspoort moeten we halen, en een vergunning hebben we niet. Wel voor een ander gebied, we houden ons maar van de domme. We bieden aan later terug te komen.

We wandelen wat rond en horen ook dat de minibus morgen niet vertrekt vanwege overstromingen. Dat wordt een probleem, want we moeten morgen wel verder om ons vliegtuig naar Semarang (Java) te halen.

Het is inmiddels donker en we gaan weer naar het politiebureau. Ze bestuderen de paspoorten en de vergunning. Er moest ook een kopie gemaakt worden en dat kon alleen na 18.00 uur, want dan is er stroom. Het zijn agenten vanuit Java en zijn redelijk tot zeer depressed om hier in de jungle te zitten. Ze zijn hier niet echt uit vrije wil en dayak agenten zijn er bijna niet. Wij vinden het hier moot, maar voor hen gebeurt er zelden iets. Totdat wij kwamen dus...Na wat rondvragen komen we een man tegen die ons wel met de boot naar een grote nederzetting terug wil brengen, om van daaruit met de auto naar de stad te gaan. Dat klinkt goed en als een meevaller. Hopen dat het echt lukt.

De agenten bestuderen nog steeds onze papieren. Ze lijken tevreden met de vergunning voor het andere gebied. We wachten en wachten met veel small talk, dan krijgen we een nieuwe vergunning. We ondertekenen deze papieren en gaan weer verder de donkere avond in. Af en toe regent het. We gaan terug naar onze lieve gastgrootouders.