Totaal aantal pageviews

dinsdag 2 november 2010

English conversation in Negara (Kalimantan)




Na het ontbijt ga ik achter op de brommer naar de school, genaamd Pondok Pesantrien Darul Amin in de Teluk Labak Street. Jana blijft bij de vrouw des huizes, die ons zo goed onderdak geeft. Het is een islamitische school. Deze is ook weer op palen en volledig van hout gebouwd. De verschillende gebouwen zijn met vlonders aan elkaar verbonden. De gebouwen zijn wit met blauw geschilderd en zien er pittoresk uit. Ik maak kennis met een groepje leerlingen en het plan is om een conversatieles te houden. De jongens en meisjes zijn in de leeftijd van ongeveer 13 jaar en ouder. Ze hebben van 7.00 tot 14.00 uur les, daarna rusten ze en hebben later sport. ´s Avonds herhalen ze studerend de dag, ze werken dus niet vooruit. Ze slapen in de bijgebouwen en mogen op vrijdag voor een paar uurtjes naar huis. De school heeft ongeveer 40 meisjes en 80 jongens als leerling.

Dit is ons laatste berichtje. Over een uurtje vertrekken we naar het vliegveld....en nemen de vlucht naar huis.

Aan de ingang van de school, het eerste gebouw, is een houten moskee. Na een korte rondleiding gaan we naar de moskee. Daar zitten we op de grond. De meisjes links en de jongens rechts, van elkaar gescheiden door een hoog tussenschot. Een jongen zet de geluidsinstallatie aan en er worden twee microfoons bij gehaald. De leraar doet nog een oproep om naar de moskee te komen. Dat is goed voor hun Engelse taalontwikkeling. Nadat ik mij kort heb voorgesteld, durft een jongen een paar vragen te stellen, schoorvoetend volgen de anderen. De vragen gaan over mij en ons leven in Belanda (Nederland). Waar is Nederland van bekend? Ik houd het bij de clichés: bloemen, windmolens en natuurlijk schilderkunst. Een jongen doet erg zijn best, maar gebruikt een enkel Indonesisch woord en wordt door de groep gecorrigeerd. We praten ook over woorden die in het Indonesisch en Nederlands hetzelfde zijn: zoals knalpot, asbak, meubel etc. Maar ook over woorden die we in Nederland kennen, zoals senang.

Ook de meisjes stellen vragen, over ons gezin, maar ook voor welk dier ik bang ben. Ik zeg dat ik slangen niet leuk vind. Zij vraagt waarom. Het gaat mij er om dat ze giftig kunnen zijn. Zij vindt katten eng, omdat ze soms hun nagels gebruiken en wild kunnen zijn. Een andere jongen vraagt of ik van gedroogde vis houd. Ik zeg van wel, vooral de hele kleine gezouten met pinda´s. Hij biedt ze aan, maar schrikt ook, want hij heeft geen geld. De rest reageert verontwaardigd dat hij het aanbiedt, maar dan eigenlijk om geld vraagt – hoe kun je dat nou doen! En een ander: was ik bedroefd na de finalewedstrijd tegen Spanje? Een uurtje, daarna ben ik het vergeten. En volgens de jongens is Arjan Robben de beste voetballer. Een jongen vraagt mij om een handtekening, het is niet die van Robben – maar toch. De microfoon wordt meestal toch snel, verlegen doorgeschoven, maar steeds meer leerlingen durven het aan. Twee jongens durven het meest, en ook een meisje spreekt heel goed engels. Een paar keer herhaalt zij de vraag nog een keer van een ander meisje omdat het soms toch wel moeilijk te verstaan is.

Alles is via de luidspreker over de hele campus te horen. Daarna gaat iedereen met mij op de foto. Ha, die handige mobieltjes, waar je ook mee kunt bellen. Tijdens onze bezoek in het binnenland merken we dat mensen ons soms even willen aanraken, voelen. Maar nog vaker maken ze stiekem een foto met hun mobieltje, als bewijs dat ze een blanke gezien hebben. En heel soms willen ze samen op de foto, gewoon voor thuis.
De meisjes twijfelen even, maar willen wel heel graag – als groep dan toch maar snel. De jongens ook als groep, maar dan een voor een en een stevige omarming. Ten slotte nog een paar jongens met z´n drieën of vieren – als beste vrienden, voor later. We nemen afscheid. De leraar vond het een groot succes, zo´n kans hebben ze eigenlijk nooit. Het is voor de leerlingen en voor mij een leuke ervaring.

maandag 1 november 2010

Natuurgeweld en natuurschoon


Hi allemaal, hier zijn we weer.....nu in Pangandaran, aan de zuidkust van Java.

In 2006 is hier een tsunami geweest en heeft heel wat schade toegebracht: veel mensenlevens, materiële en immateriële schade. Velen vertellen over de impact. Mensen zijn nog steeds onder de indruk van het geweld en de kracht van het water. Een jongen vertelde dat er een gat in de muur als erfafscheiding was geslagen door het meegevoerde bamboe en hout. Het water stond 2,5 meter hoog. Toen hij hier aankwam, dreven de doden in de straten. Als we vertellen dat we vanaf de oostkust van het dorp gaan vissen, waarschuwt hij uit te kijken voor mogelijke vloedgolven. De angst zit er nog goed in.
Een andere jongen was aan het surfen toen hij de hoge golf zag aankomen. Hij waarschuwde de mensen op het strand en werd zelf geraakt door hout, men had nog ongeveer 10 minuten om weg te komen. Gelukkig heeft hij geen blijvend zwaar letsel opgelopen. Hij is blij dat hij niet alleen aan zichzelf heeft gedacht, maar ook anderen heeft kunnen helpen.

Het gebeurde rond 15.30 uur op een maandag. Dat betekende dat veel weekend bezoekers al vertrokken waren. Voordeel was ook dat de mensen niet sliepen in hun huizen en hutjes. Dat was bij de recente mentawai tsunami wel het geval. Anders waren er zeker over de 1.000 doden meer gevallen. Hij heeft een trauma opgelopen en hiervoor hulp gevonden. Hij surft weer, maar blijft waakzaam en angstig voor vloedgolven. Vertrouwen in het waarschuwingssysteem heeft niemand die wij gesproken hebben. Ze hebben sterk het idee dat het systeem niet werkt, wel heeft de overheid vluchtroutes bewegwijzerd. De jongeman laat ook foto´s zien en de gevolgen zijn zeer groot. Algehele chaos: vernielde gebouwen, overal puin, hout, bamboe, auto´s boven op elkaar, boten in huizen etc. De mensen zijn er nog steeds vol van. Ondert andere het geld uit Nederland heeft de geholpen voor de wederopbouw. Het leger heeft de puin, het zand en de bagger weggehaald. Opvallend is dat veel sporen al gewist zijn door de herbouw, er staan ook nog een paar verwoeste gebouwen.

We huren drie dagen een bromfiets en rijden langs de kust. De vissers zijn met met netten vanaf het strand aan het vissen. Aan honderdtal meters lange touwen hebben ze de netten uitgelegd. Bij het binnenhalen zijn de netten leeg. We willen ook vissen, maar de branding is te sterk en kunnen niet ver genoeg inwerpen.

Op de gammele bamboepiertjes in het stadje wordt ook gevist. Ik kreeg garnalen en tips van andere vissers, maar niemand ving wat. Toen nog een plekje gezocht in het natuurpark, maar daar was de zee te onrustig en te ondiep. Het park was al gesloten, maar ik kon toch naar binnen. Bij de ingang hingen langstaart makaken rond, maken kabaal en vechten wat. In kleine baaitjes met witte zandstrandjes drijven grote aantallen blauwe vissersboten. Enkele honderden meters uit de kust liggen bamboeplateaus met de hutjes, waar de vissers op het water wonen.

Als de avond valt, zie ik op de terugweg tussen de bomen en het donker een volwassen hert met een groot gewei. Er vliegen ook twee hornbills over. De volgende avond gaan we weer kijken. Dan staat een mannetjes hert aan de rand van het park, vlakbij de hutjes en eet groente- en fruitafval. Ook de makaken zijn weer van de partij en maken veel kabaal. In de bomen zoeken een groep zwarte langstaart apen naar jonge blaadjes in de bomen en misschien naar een slaapplaats. Deze apen komen nooit op de grond. Dan zien we bij de rangerspost een jonge ree staat. Ze is zo´n 25 cm hoog en heeft een donzen vacht en is heel vertederend. Het diertje is acht dagen oud en verlaten door haar moeder, die weer van honden geschrokken is. Het jong is alleen achtergebleven. Nu geven de rangers haar melk en injecteren dat in haar mond. Het jonge dier maakt steeds bewegingen bij de ranger dat ze wil drinken, maar ze heeft net gehad. Als ze oud genoeg is, zal ze weer vrijgelaten worden. Nu slaapt ze in een kooi met gras en stro. Ze slaapt in de kooi omdat anders de makaken haar zullen pakken en doden. De ranger vertelt graag over haar en de andere dieren in het park.

Wel dat was het voor dit gebied. Tegen de avond gaan we nog een keer het natuurpark bezoeken. En op de vismarkt gaan we weer eten. Gisteren hebben we daar een heerlijke krab en een red snapper gegeten...eigenlijk te veel, maar onovertroffen lekker.

Morgen nog een afsluitend verslagje over Negara (Kalimantan), het gebied van de waterkarbouwen.