Totaal aantal pageviews

donderdag 28 oktober 2010

Yogya





Hallo beste lezers, hier een verslagje van onze belevenissen vandaag....

Yogyakarta heeft nog mooie oude wijkjes. Het is een lust om daar te wandelen. Autovrij, kleine huisjes met vogelkooitjes die aan de veranda hangen en mooi onderhouden tuintjes. Sommige bewoners kweken zelfs de mooiste orchideeën op het oude hout in hun tuin. De huisjes zijn vaak wit gekleurd met licht groene deuren en ramen. De mensen groeten en je bent van harte welkom. Bovenal: geen toerist te zien. De wijkjes liggen vooral rond of in Kraton – het zijn verborgen pareltjes.

Kraton is de wijk waar de sultan zetelde. In de wijk wonen nog zo´n 25.000 mensen. De sultan was de heerser van Yogya en omgeving. In kraton ligt zijn ruime paleis. Binnen het paleis is de weelde van voorheen nog zichtbaar. Mooie ornamenten aan de daken van de gebouwen, gekleurde en bewerkte teakhouten pilaren van de grote overdekte plaatsen. Veel van de ramen zijn voorzien van gebrand glas, naar Hollandse stijl. Het paleis is een van de fijnste voorbeelden van de Javaanse architectuur.

Enkele dames houden een theeceremonie. Ze wandelen in processie met een parasol voor de theedraagster naar een gebouw en gaan een donker kamertje in. Daar praten ze en drinken ze thee. Het is deels afgesloten, je kunt alleen maar naar binnen gluren, dus de ceremonie is niet te volgen. Als ze klaar zijn komt de processie van ongeveer 8 dames weer naar buiten, naar hun eigen verblijf. Als toezichthouder en voor het onderhoud kom je overal oudere, waardige mannen in traditionele kledij tegen. Ze hebben veelal een kris op de rug. Het zijn de echte Javanen, zoals je die wilt zien. Ze verblijven in de bijgebouwtjes van het paleis, die niet voor het publiek toegankelijk zijn.

Op de ruime, overdekte ontvangsthal, Bangsal Kencana (Gouden Paviljoen) zingt een groepje vrouwen en heeft een orkest als muzikale begeleiding. Ook dat draagt bij van de sfeer van weleer.

In de wijk praten we met een dierenwinkelier. Hij heeft vooral vissen en is een echte liefhebber. Hij vist ook graag. Hoewel wij dat er niet aan af zien, is 1 vissoort extreem duur. Het is een roofvis uit Kalimantan. Hij is erg enthousiast als we vertellen dat we daar ook gevist hebben. In een bakje zwemt een enorme waterschildpad met een bek die je vingers er van af kunnen bijten. Hier dichtbij was de vogeltjesmarkt, maar de man vertelt ons dat die in 2006 vernietigd door een aardbeving is. Ze zijn de markt nu aan het opbouwen en lijkt bijna klaar. We willen wel naar de vogeltjesmarkt en hij legt uit waar het is. De tijdelijke markt ligt ongeveer 3 kilometer verder.

De vogeltjesmarkt is, zoals verwacht, weer heel bijzonder. De locatie is mooi, een soort park. Er zijn ontelbaar verschillende soorten wilde vogels. Ze hebben de mooiste hanen, echt heel bijzondere rassen. We zagen een kippensoort, zo groot als een vuist, diverse soorten sierduiven en zangvogels.
Een keer per week (morgen) is er een zangvogelwedstrijd, het strijdtoneel staat al klaar met standaarden voor de kooitjes en wedstrijdnummers. De scheids moet dan beslissen wie het mooiste zingt.

Er waren daarnaast kattenrassen, honden en konijnen. Uiteraard ook de inheemse diersoorten, zoals grondeekhoorns, bijzondere soorten muizen, vleermuizen, vliegende vossen. Maar ook sierlijke uiltjes, bergmarmotten, een enorme, meterslange boa constrictor, een soort marterachtige. Als klap op de vuurpijl twee wilde katten. Ze waren nog jong en waarschijnlijk recent gevangen, want je hoefde maar in de buurt te komen en ze bliezen en vielen enorm fel aan. Ze waren zeer agressief, en zeker niet als huisdier te houden.

In de ochtend hebben we de Pasar Beringharjo – de hoofdmarkt – bezocht. Daar verkopen ze batik stoffen en kleding, maar wij hebben vooral gekeken naar de kruiden en traditionele geneesmiddelen. Aardig om te zien dat ze nog steeds het wordt mahpijn (maagpijn) en ambeien gebruiken. De geneesmiddelen bestaan uit bladeren, stukjes in de zon gedroogd hout en kruiden. Meestal moet je er een thee van trekken en dan bij herhaling drinken. Goed tegen vele kwalen.

Benteng Vredeburg is een museum dat bestaat uit een fort. De architectuur is mooi om te zien. De koloniale gebouwen in wit, met grijze deuren, ramen en luiken zijn de moeite waard. Het museum geeft de ontwikkeling van de onafhankelijkheidsbeweging weer. Van de Hollanders zie je weinig tot niets, wel van de misdaden van de Japanners. In ieder gebouw is een expositie van historische taferelen. Overal klinkt vrijheidsstrijders muziek of patriottische liederen. Het is een museum voor vaderlandse trouw.

dinsdag 26 oktober 2010

Tofu bij Borobudur




Hi allemaal, vanmorgen zijn we vertrokken in een grote stofwolk van vulkanisch as. Er was bijna geen zicht meer door het opwaaien van al die hele fijne stofdeeltjes. We hadden geen mondkapjes, en hopen maar dat het niet al te giftig is geweest.Op de foto hierboven kun je de as zien die op de tempel is neergeslagen....

Dan toch nog maar een verslagje van gisteren.....
Het lukt ons om een scootertje te huren. Hiermee verkennen we de omgeving en ontdekken de mooie traditionele dorpjes in de omgeving. Er wordt veel meer rijst verbouwd op de omliggende veldjes. En ieder dorp heeft zijn eigen specialiteit.

Als we in het midden van een dorp een boer zijn koeien op stal zien voeren, stoppen we even. Maken een praatje en bekijken zijn prachtige runderen. Hij heeft ook een stuk 12 geiten. Ook in een stal en in aparte hokken, een meter boven de grond, een dak boven het hoofd en voerbakken. De geiten worden daarna gevoerd. Ook dit zijn prachtige dieren. Zo´n geit kost ongeveer 500 euro.
Maar we zijn al een tijdje op zoek naar de tofu-fabriekjes, en kunnen ze niet vinden. We vragen de man over tofu. Hoewel hij geen engels spreekt, reageert hij enthousiast: Ja, dit is het dorp van de tofu. Dan komt er nog een andere man en inmiddels zijn ook de kinderen van de familie aangesloten. De andere man geeft aan dat we mee moeten komen. En achter zijn huis staan weer 5 koeien, prachtige dieren. Daar weer voorbij is een schuur die bijna op instorten staat. Het is er aardedonker en je kunt er net staan. Onze ogen moeten eerst aan het donker wennen. In het midden zit een vrouw, die met een grote pan op het veer de tofu kookt. De oven ligt in de grond en is van klei gemaakt en brandt op de koeienmest. Er staan stapels onbewerkte rauwe, witte plakken tofu van ongeveer 50 x 40 cm. Een stukje verder liggen gesneden witte stukken van ongeveer 3 cm lang. Als ze de stukken na het koken apart legt, zijn ze geel geworden en hebben een stevig buitenkant. Er staan tientallen emmers met gekookte tofu. De boer geeft ons steeds verse plakken tofu en iedere keer zegt hij: vitaminen. We eten uit beleefdheid door en geven ook aan dat we onze handen nog vol hebben, maar hij blijft aandringen. We houden er niet zo van, smaakloos en sponzig. Als je de hygiënische omstandigheden ziet, wordt het ook wat minder. De tofu wordt van sojabonen gemaakt en de restanten van de planten voeren ze aan het vee. Het vee is weer bedoeld voor de slacht. Het bedrijfje gebruikt en hergebruikt alle middelen voor het maken van tofu – een soort recycling, niets gaat verloren.

In andere dorpjes maken ze potten, sigaretten (kretek) en noodles.

Vulkaanuitbarsting

Hebben wij weer....een heuse vulkaanuitbarsting. Als we in de donkere avond buiten komen, regent het en ruikt het vreemd. Al snel zien we dat het geen gewone regen is, maar asregen. Een viezige, muffige regen die melkachtig wit is. Na een tijdje ligt er een vuile laag as. De planten, het gras en al het andere is bedekt met een dun laagje grijze drap. Het knarst onder onze schoenen. Na een uurtje is het droog, dus het lijkt mee te vallen. De vulkaan is hier zo'n 50 kilometer vandaan, dus best dichtbij. Een jongen van het hptel heeft zijn vrouw gebeld, want zijn dorp is daar in de buurt. Zijn gezin is veilig en net buiten de geevacueerde 10 kilometerzone. Ook voor Borobudur valt het mee, de asregen waait vooral de andere kant van de vulkaan. Dus beste mensen, ondanks dat het redelijk dichtbij is, is er hier geen enkel gevaar......dus geen zorgen om ons.

maandag 25 oktober 2010

Borobudur



Ja beste mensen, we zijn in een supersnelle tijd in Borobudur aangekomen. Gewoon vanuit Kalimantan met openbaar vervoer en uitstekende aansluitingen tussen de busjes. Met een slimme routeplanning en goed rondvragen is het gelukt. Eerst een stukje naar Java met een vliegtuigje, dat dan wel.

Nu in een luxe resort op het tempelcomplex zelf! Vanuit onze bungalow kijken we naar de tempel. En we zien onderweg nu dat Java toch wel anders is dan Kalimantan - een andere wereld.

Tegen de avond maken we in de tempel kennis met een Lama uit Tibet, die speciaal naar hier gekomen is om te mediteren. Zijn begeleider fluisterde ons in dat hij een ´major figure´ is. Hij vertelde veel over de geschiedenis van Borobodur en het boeddhisme.

Ook de omgeving is heel mooi. Rijstvelden en dorpjes met ieder hun eigen specialiteit, zoals het maken van potten, tofu, suiker uit kokosnoten en mie. Niet toeristisch en nog het oude Java. We bekijken het vanaf een gehuurd scootertje.

Groeten aan iedereen vanuit het groene Java en van de voet van de tempel.

zaterdag 23 oktober 2010

Naar de dayaks





Hier zijn we weer beste lezers. Voor waarschijnlijk de meesten van jullie zijn het blinde vlekken, maar we trekken door de desa: Kotawaringi Lama, Bekonsu en Tapin Bini. Met een bootje naar de Dayaks. Het vervoer is onzeker, het vraagt veel rondvragen en nog meer geduld. De hele tocht leidt ons door de dichte jungle. Meestal over een brede rivier, maar we schieten ook door sterk meanderende aftakkingen van nog geen vijf meter breed, als een kronkelende groene tunnel. Onderweg zien we een grote otter op een zandstrandje huppelen. In een boot zit een groot hert, met de 4 poten aan elkaar gebonden en af en toe schreeuwend van angst. Ze is gevangen om opgegeten te worden. Soms voorzichtig manoeuvreren langs omgevallen bomen.

In Kotawaringi bekijken we een oud houten paleis. Het paleis is aan verval onderhevig, met mooie details en is nog steeds indrukwekkend. Een hoofdgebouw en twee bijgebouwen op een heel groot terrein. Allemaal van ironwood gebouwd, dus de tand des tijds toch redelijk doorstaan. In het dorp is ook een houten moskee en een longhouse te zien.

Het lijkt lastig om verder te komen, maar na een uurtje vinden we een man die ons naar Bekonsu en Tapin Bini wil brengen. Bekonsu is een schitterend authentiek dayak-dorp met oude huisjes, rijstschuurtjes. Een dayak-jongeman met lang haar en de bijbehorende traditionele tatoeages, wast zich aan de oever. Hij brengt ons bij de dorpsoudste. Wij slapen die nacht samen met onze bootsmannen bij een familie in een longhouse. We zijn ook weer vroeg op want een superhaan kraait, samen met tientallen anderen, vanaf 4 uur onder ons bed. Het longhouse staat op hoge palen, en je klimt er met een vanuit een boomstam gehakte ladder in. Verder zijn er in het dorp mausoleums, waar grootouders opgebaard liggen. Ze worden begraven als de ceremonie kan plaatsvinden. Waar dat van afhankelijk is, wordt ons niet helemaal duidelijk, maar er moeten voldoende deelnemers zijn. Opvallend is dat op de tombes de geboorte- en sterfdatum staat vermeld. Bijvoorbeeld geboren 1833 en overleden op 1998. Dat lijkt onmogelijk oud, maar de bewoners beweren dat de mensen hier echt heel oud worden. Dat is iets om uit zoeken, hoe zit dat nu echt!

We krijgen ook een ontvangstceremonie. Een paar uur durend ritueel, met bij iedere tussenstap een beker palmwijn en daarna vanuit een koehoorn rijstwijn. Veel en zeer sterk spul! De dorpsoudste heet ons welkom namens de 800 bewoners van de desa. We zeggen dat we vereerd zijn hier te zijn. We worden traditioneel gekleed en nadat we helemaal gezegend zijn met allerlei mysterieuze gebaren , spreuken en aanrakingen, gaan we slapen.

Tapin Bini is het eindstation. De rivier wordt steeds wilder. Het vervolg is een gebied met veel rotsen en stroomversnellingen.

Ook Tapin Bini heeft prachtige longhouses. Zeker zo´n 5 tot 6 meter hoog op palen en de meeste nog in gebruik. De mensen hebben af en toe een gibbon of makaak als huisdier voor hun huis. We zoeken ook een overnachtingsmogelijkheid. Een hoogbejaarde man en vrouw zijn bereid ons in hun huis op te nemen - het zijn hele lieve mensen. Het is er zeer eenvoudig en schitterend, met kamers met een open binnenplaats. Een open vuur als kookgelegenheid. De badkamer en het toilet zijn aan de andere kant van de binnenplaats en hebben geen dak. Als het regent, wassen we ons in het donker buiten bij een olielampje in de regen. Ook nog eens onder de begroeiing van de jungle.
Tussendoor worden we nog aangesproken door een politieagent. Er worden serieuze vragen gesteld over wat we hier doen, waar we vandaan komen en waar we naar toegaan. Heel vriendelijk, maar toch indringend. We moeten ons paspoort laten zien en een vergunning dat we hier mogen komen. Het paspoort moeten we halen, en een vergunning hebben we niet. Wel voor een ander gebied, we houden ons maar van de domme. We bieden aan later terug te komen.

We wandelen wat rond en horen ook dat de minibus morgen niet vertrekt vanwege overstromingen. Dat wordt een probleem, want we moeten morgen wel verder om ons vliegtuig naar Semarang (Java) te halen.

Het is inmiddels donker en we gaan weer naar het politiebureau. Ze bestuderen de paspoorten en de vergunning. Er moest ook een kopie gemaakt worden en dat kon alleen na 18.00 uur, want dan is er stroom. Het zijn agenten vanuit Java en zijn redelijk tot zeer depressed om hier in de jungle te zitten. Ze zijn hier niet echt uit vrije wil en dayak agenten zijn er bijna niet. Wij vinden het hier moot, maar voor hen gebeurt er zelden iets. Totdat wij kwamen dus...Na wat rondvragen komen we een man tegen die ons wel met de boot naar een grote nederzetting terug wil brengen, om van daaruit met de auto naar de stad te gaan. Dat klinkt goed en als een meevaller. Hopen dat het echt lukt.

De agenten bestuderen nog steeds onze papieren. Ze lijken tevreden met de vergunning voor het andere gebied. We wachten en wachten met veel small talk, dan krijgen we een nieuwe vergunning. We ondertekenen deze papieren en gaan weer verder de donkere avond in. Af en toe regent het. We gaan terug naar onze lieve gastgrootouders.

donderdag 21 oktober 2010

Drie dagen leven op een bootje



Ja hoor mensen, drie dagen gevaren en gewandeld in het Tanjung Puting NP! Varend naar het NP zien we al vrij snel een wilde orang-oetan. Als we stoppen, wandelt hij rustig en geruisloos weg in de dichte jungle. Wel bijzonder, als je hem zo ziet komt hij heel menselijk over. Er zijn zo´n 15.000 wilde, half wilde en gerehabiliteerde orang-oetans in dit gebied. Ze kunnen niet zwemmen, dus ze zijn opgesloten tussen de rivieren. Ze slapen iedere nacht in een nieuw nest dat ze in twee minuten en hoog in de bomen maken. De mannetjes hebben een territorium van ongeveer 10 km2. De gevechten om de macht gaan er keihard aan toe. Ze bijten en knallen met de koppen tegen elkaar, totdat de schedel zelfs kan breken.

Er leven hier onder andere hier ook gibbons, kortstaart en langstaart makaken, zilver en rode langoeren en twee soorten lori´s, maar ook de clouded leopard. En zo´n 220 vogelsoorten.

In de middag gaan we naar het eerste rehabilitatiecentrum van de rivier en zien we de orang-oetans. We lopen een kwartiertje tot twintig minuten en komen op een plaats waar orang-oetans komen. Eerst zien we een semi wild vrouwtje, dan een mannelijk jong en verschillende anderen. Als laatste een groot mannetje, de tweede in rangorde van dit gebied. Hij heeft flinke littekens op zijn voorhoofd en mist vingers, door een gevecht met de koning van het gebied. Vooral mooi om te zien hoe ze via de bomen dichterbij komen en aan de takken hangen.

Ook bezoeken we een dorpje. We wandelen een uurtje over het dijkje waar langs de houten dayak huisjes liggen. Om af te koelen zwemmen kinderen in het slootje langs de dijk. Een man verkoopt gefrituurde bakbananen. We eindigen bij een schooltje en gaan dan terug. 60% van de mensen is moslim, 20% christen en 20% nog de traditionele religie. Er is een houten, vervallen ziekenhuisje met twee zaaltjes of kamertjes. De mensen hechten eigenlijk meer aan de traditionele geneeswijzen dan de moderne.

Tegen de avond komen de neusapen bij de rivier. Grappig om ze in de groepen te zien. We zoeken een plaatsje om te overnachten en meren aan tussen de oeverplanten. In de verte horen we de apen roepen. En we hebben weer een heerlijke maaltijd, met vis, groente en rijst.
Als het net licht wordt, brult een orang-oetan. Het is een mannetje dat een longcall maakt om zijn territorium te bakenen. Een paar minuten lang een geweldig zwaar en hard geluid.

We zien storm storks, de gids heeft ze in twee jaar tijd pas vier keer gezien. Verder zien we een schitterende, grote ijsvogel, met een gele hals en rug, blauwe vleugels en een felrode grote snavel. Heel af en toe zien we een wilde orang-oetan. Ten slotte gaan we een zijrivier op. Het bruine water verandert in kristalhelder water. De rivier is als een spiegel, zodat je de groene jungle in het water terugziet – een plaatje. Uiteindelijk komen we in Camp Leaky aan. Hier is het onderzoekscentrum en vangen ze afgenomen orang-oetans op. We wandelen wat rond en zien een gibbon en langstaart makaken.

De koning van dit gebied is Tom (echt waar Tom!) van 27 jaar oud. Hij heeft de oude koning in een bloedig gevecht verslagen. Het hoofd van de verliezer lag open. Hij is vertrokken en nooit meer teruggezien.
Gelukkig zien we Tom ook. De rangers hadden hem al 2 weken niet gezien, hij moet zijn gebied bewaken. Hij ziet er prachtig uit met zijn gigantische hoofd en grote lijf. Hij weegt zo´n 150 kilo en is veruit de grootste in dit immense gebied. Hij lijkt heel vriendelijk, maar is o zo gevaarlijk. Onze gids weet dat uit eigen ervaring. Bloedig verhaal, maar hij stond bij de keuken van Camp Leaky en zag dat een wild zwijn rijst van Tom wilde inpikken. Vliegensvlug greep Tom met een hand het zwijn bij zijn achterpoot en zwaaide hem in de lucht en met zijn kop tegen de grond. Twee keer, maar het zwijn bewoog nog en zijn poot was gebroken. Daarna wierp hij het zwijn nog twee keer tegen de grond en was hij dood. In de andere hand had hij zijn rijst nog. Hij at daarna verder. Bij die agressie staan zijn haren overeind en zijn de kwabben van zijn gezicht enorm gezwollen.

We hebben een prachtig plekje gevonden bij Camp Leaky. Op een helder riviertje tussen het groen, midden in de jungle. We proberen hier te vissen, maar helaas is het noodweer geworden. Een tropische regenbui.

De volgende ochtend is het helder en worden we bij zonsopgang wakker. We horen de vogels zingen en de gibbons roepen hun mooie, diepe lange kreten. Vissen zwemmen rond en springen, maar ze laten zich niet vangen. In de boom naast onze boot komen allerlei vogels aan. Kleintjes vooral, maar ook de indrukwekkende rhinosaur hornbill en een stukje verder weer een grote kingfisher. Het is nog heerlijk koel en fris.

Beste mensen, dit was een prachtige jungletrip. Mukhlisin (Muh) is een echte natuurliefhebber en uitstekende gids. De kapitein van de Satria 1, Anang, is ook een prima kerel, dus vraag naar hen als je dan toch in de buurt bent. Het eten van de kokkin was voortreffelijk. Via het botenbedrijfje van de familie Majid kun je ze inhuren. Men kent ze wel.

maandag 18 oktober 2010

Kumai en morgen naar orang-oetans

Het is, vanwege het onregelmatige vervoer, lastig om in Kumai te komen. Net als we denken voor een dag of vier in Palangka Raya gestrand te zijn, krijgen we hulp van een oude Indonesische heer. De man spreekt nog een beetje nederlands, maar heeft het al 60 jaar niet gesproken. Zijn chauffeur brengt ons bij het juiste bureau om een kaartje voor de nachtbus te regelen.

Kumai ligt aan de rand van het nationale park en is een gezellig dorp en tegen de avond rijden de scooters rondjes over de enige verharde straat. De mensen wonen in houten huisjes. Er staan ook hoge stenen gebouwen – een soort flats van ongeveer vijf verdiepingen – door het hele gebied. Met ramen en deuren, maar er woont niemand. Boven de gebouwen vliegen grote zwermen zwaluwen. Ze maken een hoop kabaal, bijna als parkieten. Ze bouwen hun nesten in de gebouwen voor de chinezen. Zij gebruiken de vogelnestjes voor de soep. Men vertelt ons dat ze 1000 euro per kilo opleveren.

Wel grappig en goed om te weten dat er met het vorige stadje een tijdverschil is van een uur. We zitten in een andere tijdzone.

De boottocht voor de komende drie dagen hebben we nu geregeld. Op naar de orang-oetans en neusapen (en hopelijk een gibbon). Er gaat een kapitein, een kok en een gids mee. Een gids heeft hengelsport als hobby en weet goede visstekken te vinden, maar het is nog niet duidelijk of hij ook mee kan. We zullen het morgen wel zien. Om 9.00 uur worden we opgehaald.

Nou beste volgers...minimaal drie dagen geen nieuws vanuit Kalimantan omdat we in de jungle zitten. We kijken er heel erg naar uit: het groen en de overweldigende geluiden.

zaterdag 16 oktober 2010

Rust


Hallo allemaal,

We zijn nu in Palangkan Raya en vanmorgen hebben we het stadje verkend. We rusten wat uit. Hoewel dat eigenlijk niet nodig is, maar het is weekend en het is heel moeilijk om hier weg te komen. Dus we zitten hier noodgedwongen wat langer. We rusten vooral omdat de bus om 4 uur in de ochtend vertrekt en we 14 uur onderweg zullen zijn....niet iets om op te verheugen. Op de volgende locatie gaan we in ieder geval (proberen) te vissen.

Vanmorgen trouwens nog met een oude Indonesische heer gepraat die al 60 jaar geen Nederlands had gesproken. Hij werd samen met zijn vrouw naar de kerkdienst gebracht.

We hebben trouwens al bijna 150 views, echt heel leuk. Fijn dat er zo veel belangstelling is. We lezen graag de berichtjes van jullie.

Groetjes en tot het volgende bericht.

Watercowboys en buffels




Dan wenkt een vrouw ons. Snel maakt ze een kamertje vrij in het houten huis en legt twee matrassen op de grond. Haar man, die nu in een andere stad is, is leraar engels en ze hebben drie kinderen. Het is heerlijk (schoon), we zitten op de vloer en krijgen meloen, kaakjes en ice-tea. Dan doet ze haar hoofddoek om. Ze laat ons de smeden van het dorp zien, die een soort messen en kapmessen maken. Bij twee huizen is bij de voordeur een aap aan een touwtje gebonden. In een mandje zit een waterral en een vis. Iedereen groet ons en de helft van de kinderen loopt achter ons aan.

Het lukt ons met enige hulp tegen de avond een boot te regelen. We varen langs de huizen en kinderen duiken het water in, mannen en vrouwen doen de was. Het is er gezellig en er staan veel kleine, schilderachtige houten moskeeën. Na een tijdje slaan we linksaf, want hier zouden de buffels zitten. Het water lijkt doodlopend te zijn door drijvende waterhyacinten – een echte plaag. We raken vast in de bagger en ze blijven lachen. We redden het, en stappen over op een kano. Jana vraagt of we niet te zwaar zijn. De leraar, Jana en ik stappen in, maar dat werkt niet. De kano schept water en iedereen houdt de adem in. We gaan met twee kano´s verder – het gaat, maar blijft oppassen.

In het midden van een groot meer ligt een hardhouten stal. De stal is gebouwd op palen boven water – er is geen vaste grond. Daarbij is een huisje van twee bij twee dat ongeveer drie meter boven het waterpeil staat. Een meter hoger dan de stal. In een overkapt gedeelte van de stal staan buffels die twee maanden tot een half jaar oud zijn. Van de oudere buffels nog geen spoor. Als de zon al oranje kleurt, zien we in de verte beweging. Een grote kudde buffels zwemt in een hoog tempo naar de stal, een boer op een kano stuwt ze op. De kalveren worden nerveus en loeien, piepen en trappelen. Als de boer is aangekomen, opent hij het hek en kunnen de kalfjes naar hun moeders stormen. Dan doen ze dan ook, en een enkeling glijdt verschrikkelijk hard uit over de hardhouten planken. Ze zijn door het dolle heen en wij moeten aan de kant. Dan komen de oudere dieren het water uit, de houten vlonders op. Het is een prachtig gezicht om ze te zien zwemmen en dan de steile houten helling op te klimmen. Het water is echt diep en het is een wonder dat ze het redden. Na een kwartiertje staat de hele stal vol. De ouderen staan in het lopen gedeelte en de kleinste kalfjes zitten weer in het overdekte gedeelte. O ja, deze buffels kosten ongeveer 1000 euro per stuk.

In het dorp is het na achten al snel stil, geen tv, geen radio en iedereen vroeg naar bed. Een heerlijke nacht tegemoet.

vrijdag 15 oktober 2010

Palangka Raya of toch niet


Plannen veranderd en besloten om naar Palangka Raya te gaan. Van daaruit is een mooie tocht te maken, maar wel heel moeilijk vanwege onregelmatig vervoer van de boten. De halte voor Palangka Raya hebben we snel op het station gevonden, maar de bus zien we niet. Mannen reageren ook afwerend, wat is er aan de hand? Na een tijdje komen we er achter dat de weg afgesloten is. Dan toch maar via Kandangan naar Negara. Hoe de dag gaat verlopen weten we niet, want in Negara is geen overnachtingsmogelijkheid. Toch maar proberen, juist het avond- en ochtendleven van het dorpje willen we zien. Met zijn zessen in een oude Datsun sedan gepropt en we rijden door. De weg loopt door een enorm moerasgebied. De huizen staan in het water op palen. Iedereen heeft visnetten, kooien voor vis en kreeften etc. Erg mooi. Als we uitstappen krijgen we ongetwijfeld veel goed bedoelde adviezen, maar niemand spreekt engels. Op het gebaar van slapen reageert iedereen ontkennend. Een jongens met littekens als versiering op zijn arm (een soort ster) loopt met ons mee. De mensen hebben hier een donkere teint en grove gezichten met littekens en grote bulten. Waarschijnlijk door het zware leven en de insecten. Later komen we er achter dat de jongen rijstplanter is.

Als we het eigenlijk niet meer weten en de moed gaan verliezen, spreken we nog een keer een man aan. We willen dan toch de boottocht maken, en dan terug naar de vorige stad. De man lacht wat verlegen en durft ons niet teleur te stellen.

Het is heet, chaotisch en we willen toch liefst blijven. Of dan toch een boottocht naar de buffels maken en dan terug naar het vorige stadje. De buffels komen tegen de avond op de kant, nadat ze zwemmend zijn aangekomen. Maar nu ziet het er lastig uit. Men is niet zo aan bezoekers gewend.

dinsdag 12 oktober 2010

Banjarmasin



´s Middags langs de rivier gewandeld. Mensen zijn heel vriendelijk en zijn allemaal bereid tot een gesprekje. Kinderen, maar ook ouderen, willen op de foto. Aan de oever staan houten hutjes, gebouwd op palen boven het water. Wij lopen over een houten promenade. De promenade is gammel en glad. Mensen zitten gehurkt en kijken over de rivier of doen de was. Tegen de avond baden de bewoners zich. Ratten en enorme kakkerlakken schieten in de schemer voor ons langs. Kinderen duiken in de rivier en maken salto´s. Net achter de hutjes aan de rivier, verkopen ze grote balen kleine uitjes en knoflook. Het is er zeer druk. De knoflook verzorgen ze met een fan, zodat ze beter indrogen. Er zijn ook allerlei noten en als we de kemirinoten benoemen, zijn de verkoopster blij verrast en trots op hun spullen. Een stuk verder is de gereedschaps- en ijzerafdeling, daarna de scooterreparateurs. Ook op straat is het zeer druk, met allerlei losse handel. Een stukje verder eten we wat. Van buiten ziet het restaurant er uit als een straattentje, maar achter de schermen ziet het er netjes uit en heeft meerdere zaaltjes. We eten lokale Banjar specialiteiten. We konden kiezen en aanwijzen. De vis warmen ze op een vuurtje weer op. Vooral de zeevis met sambal is fantastisch, maar ook de meerval is voortreffelijk. We nemen tot slot nog een supergrote garnaal. Het is heerlijk.

De Belauran markt van overdag, verandert 's avonds in een nachtmarkt met kleding en eettentjes. Aan het einde van de dag hebben we nog steeds geen blanken gezien, nu weten we waarom we een bezienswaardigheid zijn. Werkelijk iedereen groet. En als iemand per ongeluk good morning zegt in plaats van good afternoon of good evening, wordt diegene door iedereen die het hoort uitgelachen en gecorrigeerd.

maandag 11 oktober 2010

Jakarta



Eerste berichtje voor thuis!
We zijn via Dubai in Jakarta aangekomen. Jakarta telt ongeveer 9 miljoen inwoners, dus best druk. Gewandeld van het hotel, langs het mooie, oude treinstation naar Kota en Sunda Kelapa. Ook langs het zwarte, stinkende kanaal. Kota is het oude Batavia. Aan het plein ligt het historische Café Batavia. Een koloniaal pand met teakhouten vloeren en een artdeco inrichting. Het is gedecoreerd met honderden foto´s en mooie portretten van onze koningin en haar voorgangers. Maar ook van Churchill, een reclame object van de ANWB en de Tsjecho-Slowaakse Olympiade van begin vorige eeuw. Met de passende muziek erbij zijn we echt in een andere tijd. Aan de andere kant van het plein ligt het voormalige stadhuis. Mooi wit en nu een museum. Het centrale plein is schilderachtig, maar de rest van de wijk heeft veel vervallen koloniale gebouwen. Ze staan op instorten. Langs het kanaal naar de haven staan nog delen van pakhuizen, soms gedeeltelijk gerestaureerd. Over het kanaal zien we de oude houten Amsterdamse hefbrug naar de chickenmarket. Uiteindelijk bereiken we ons doel, de oude haven van Sunda Kelapa met de prachtige Makkasar schoeners. Hier laden ze nog handmatig de schepen. Ze worden gerepareerd en de mannen hangen wat rond. We wandelen nog verder langs de schepen. In honderden jaren is hier weinig veranderd. Op de terugweg lopen we langs de toren (1839), die uitkijkt over de haven en de baai van Jakarta. Het is nu een museum. We eten gada gado bij VOC Galangan, een prachtig gerestaureerd pakhuis uit 1628.

Na een beetje uitrusten in het hotel nog naar Jalan Aksa Area. Dat is een gebied met leuke eettentjes. Hier komen we nog een keer terug. Verder is Jakarta erg zakelijk.

Morgen om 6 uur in de ochtend brengt een taxi ons naar het vliegveld om het vliegtuig naar Banjarmasin te pakken.

maandag 4 oktober 2010

Inpakken

Het duurt nog een paar dagen voor we vertrekken, maar de rugzakken zijn al ingepakt. Fotocamera's, objectieven en niet te vergeten de hengel met andere visspullen passen net.