Na het ontbijt ga ik achter op de brommer naar de school, genaamd Pondok Pesantrien Darul Amin in de Teluk Labak Street. Jana blijft bij de vrouw des huizes, die ons zo goed onderdak geeft. Het is een islamitische school. Deze is ook weer op palen en volledig van hout gebouwd. De verschillende gebouwen zijn met vlonders aan elkaar verbonden. De gebouwen zijn wit met blauw geschilderd en zien er pittoresk uit. Ik maak kennis met een groepje leerlingen en het plan is om een conversatieles te houden. De jongens en meisjes zijn in de leeftijd van ongeveer 13 jaar en ouder. Ze hebben van 7.00 tot 14.00 uur les, daarna rusten ze en hebben later sport. ´s Avonds herhalen ze studerend de dag, ze werken dus niet vooruit. Ze slapen in de bijgebouwen en mogen op vrijdag voor een paar uurtjes naar huis. De school heeft ongeveer 40 meisjes en 80 jongens als leerling.
Dit is ons laatste berichtje. Over een uurtje vertrekken we naar het vliegveld....en nemen de vlucht naar huis.
Aan de ingang van de school, het eerste gebouw, is een houten moskee. Na een korte rondleiding gaan we naar de moskee. Daar zitten we op de grond. De meisjes links en de jongens rechts, van elkaar gescheiden door een hoog tussenschot. Een jongen zet de geluidsinstallatie aan en er worden twee microfoons bij gehaald. De leraar doet nog een oproep om naar de moskee te komen. Dat is goed voor hun Engelse taalontwikkeling. Nadat ik mij kort heb voorgesteld, durft een jongen een paar vragen te stellen, schoorvoetend volgen de anderen. De vragen gaan over mij en ons leven in Belanda (Nederland). Waar is Nederland van bekend? Ik houd het bij de clichés: bloemen, windmolens en natuurlijk schilderkunst. Een jongen doet erg zijn best, maar gebruikt een enkel Indonesisch woord en wordt door de groep gecorrigeerd. We praten ook over woorden die in het Indonesisch en Nederlands hetzelfde zijn: zoals knalpot, asbak, meubel etc. Maar ook over woorden die we in Nederland kennen, zoals senang.
Ook de meisjes stellen vragen, over ons gezin, maar ook voor welk dier ik bang ben. Ik zeg dat ik slangen niet leuk vind. Zij vraagt waarom. Het gaat mij er om dat ze giftig kunnen zijn. Zij vindt katten eng, omdat ze soms hun nagels gebruiken en wild kunnen zijn. Een andere jongen vraagt of ik van gedroogde vis houd. Ik zeg van wel, vooral de hele kleine gezouten met pinda´s. Hij biedt ze aan, maar schrikt ook, want hij heeft geen geld. De rest reageert verontwaardigd dat hij het aanbiedt, maar dan eigenlijk om geld vraagt – hoe kun je dat nou doen! En een ander: was ik bedroefd na de finalewedstrijd tegen Spanje? Een uurtje, daarna ben ik het vergeten. En volgens de jongens is Arjan Robben de beste voetballer. Een jongen vraagt mij om een handtekening, het is niet die van Robben – maar toch. De microfoon wordt meestal toch snel, verlegen doorgeschoven, maar steeds meer leerlingen durven het aan. Twee jongens durven het meest, en ook een meisje spreekt heel goed engels. Een paar keer herhaalt zij de vraag nog een keer van een ander meisje omdat het soms toch wel moeilijk te verstaan is.
Alles is via de luidspreker over de hele campus te horen. Daarna gaat iedereen met mij op de foto. Ha, die handige mobieltjes, waar je ook mee kunt bellen. Tijdens onze bezoek in het binnenland merken we dat mensen ons soms even willen aanraken, voelen. Maar nog vaker maken ze stiekem een foto met hun mobieltje, als bewijs dat ze een blanke gezien hebben. En heel soms willen ze samen op de foto, gewoon voor thuis.
De meisjes twijfelen even, maar willen wel heel graag – als groep dan toch maar snel. De jongens ook als groep, maar dan een voor een en een stevige omarming. Ten slotte nog een paar jongens met z´n drieën of vieren – als beste vrienden, voor later. We nemen afscheid. De leraar vond het een groot succes, zo´n kans hebben ze eigenlijk nooit. Het is voor de leerlingen en voor mij een leuke ervaring.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten